Opzet biografie

Een beschrijving van een persoon in het BWNW valt uiteen in vijf onderdelen: de karakterisering, het genealogische kader, het portret, het tekstgedeelte en tot slot de afsluiting.

Karakterisering
Een beschrijving van de wiskundige in maximaal twee zinnen, waarin bijvoorbeeld zijn/haar belangrijkste bijdragen aan de wiskunde worden vermeld, of waarin een werkwijze wordt omschreven die karakteriserend is voor hem/haar. Deze korte karakterisering is in blauw gezet.

Genealogische kader
In het kort worden de genealogische gegevens betreffende de beschrevene en zijn of haar voornaamste verwanten opgesomd. Dit genealogische kader (vet gezet) kent een vaste opbouw en bevat steeds de volgende (voor zover te achterhalen) informatie:

  • Gegevens over de beschrevene: geslachtsnaam en voornamen, zoals vastgelegd in de officiële registratie, alsmede geboorteplaats en -datum en overlijdensplaats en -datum.
  • Gegevens over de ouders: geslachtsnamen en voornamen, zoals vastgelegd in de officiële registratie, alsmede het beroep of de functie van de vader – eventueel ook van de moeder – van de beschrevene.
  • Gegevens over de huwelijkspartner(s): geslachtsnaam en voornamen, zoals vastgelegd in de officiële registratie, geboorte- en overlijdensjaar, eventueel het beroep of de functie van de huwelijkspartner, huwelijksdatum en eventueel echtscheidingsdatum.
  • Gegevens over de kinderen: alleen het aantal kinderen wordt vermeld, gespecificeerd naar het aantal zoons en dochters.

Portret
Een foto of schilderij van de wiskundige. Voor zover te achterhalen wordt vermeld uit welk jaar de afbeelding dateert, wie de fotograaf c.q. schilder is en uit welke collectie de afbeelding afkomstig is.

Tekstgedeelte
Om te voorkomen dat de teksten van de biografieën onderling te grote verschillen vertonen, wordt er gestreefd naar een zekere uniformisering van inhoud, compositie en stijl.

Inhoud. Idealiter is iedere bijdrage een echte biografie in miniformaat en niet slechts een weergave van de voornaamste feiten uit het leven van de beschrevene. De persoonlijkheid van de betrokkene en bepaalde bijzonderheden uit zijn of haar persoonlijke leven – voor zover bekend en voor zover relevant – komen in de tekst aan bod, alsmede de waardering, betekenis en de invloed van de persoon op anderen. De wiskunde is een belangrijk aspect van de inhoud, maar een biografisch woordenboek van wiskundigen is geen wiskundeboek: stellingen worden in het biografisch woordenboek wel genoemd en (kort) uitgelegd, maar niet bewezen.

Compositie. Een biografie heeft een chronologische opbouw. Het is een als het ware van geboorte naar dood lopend betoog (met een strikte beperking tot de beschrevene zelf), waarbij leven en werk met elkaar worden verweven.

Stijl en lengte. De tekst moet bondig en overzichtelijk worden geschreven. Het tekstgedeelde bevat 300 à 400 woorden.

Afsluiting
Iedere biografie wordt afgesloten met een overzicht bestaande uit de volgende vijf punten. Dit overzicht beoogt geen volledigheid; het biedt in de meeste gevallen slechts een selectie.

  • Literatuur. De belangrijkste literatuur over de beschrevene, inclusief links naar websites.
  • Links. Relevante links met informatie over de beschrevene.
  • Publicaties. De belangrijkste publicaties, c.q. prestaties van de beschrevene.
  • Archief. De archiefbewaarplaatsen waar archieven of collecties danwel documentatie betreffende de beschrevene berusten.
  • Auteur.